Verkiezingen Orde van Architecten
De standpunten van
Lien Hulstaert
Hoe kijken de kandidaat-mandatarissen naar de toekomst van de Orde van Architecten? We legden hun de hervormingsvoorstellen van BAU voor. Hieronder lees je de antwoorden van Lien Hulstaert.
De kandidaten gaven bij zeven stellingen, verdeeld over vier thema’s, aan in welke mate ze het ermee eens zijn: van helemaal niet mee eens tot helemaal mee eens. Per thema konden ze hun standpunt toelichten. Je leest telkens de eerste drie zinnen; langere antwoorden kun je openklappen.
Hervormen van de toegang tot het beroep
Neem alleen architecten die als penvoerend architect willen optreden op de tabel (conform Frans model).
Helemaal mee eensOrganiseer de nieuwe stage als beroepservaringsperiode die leidt tot een jurymoment.
Helemaal mee eensVerplicht permanente vorming voor erkende architecten en binnen de vennootschap.
Mee eens
Toelichting van Lien bij deze drie stellingen
De toegang tot het beroep moet grondig worden hervormd, met beroepsbekwaamheid en kwaliteit als uitgangspunt. De huidige stage biedt onvoldoende garanties dat iemand werkelijk klaar is om zelfstandig de verantwoordelijkheid als architect te dragen. Ik pleit voor een kwalitatieve beoordeling van praktijkervaring, aangevuld met kennis van deontologie, bedrijfsvoering en permanente vorming.
Lees meerLees minder
Specialisatie moet mogelijk blijven, maar wie zelfstandig optreedt, moet aantoonbaar over de nodige competenties beschikken. De Orde moet niet alleen de toegang tot het beroep bewaken, maar vooral garanderen dat wie verantwoordelijkheid opneemt, daartoe bekwaam is.
Erkennen van het Waalse en Vlaamse niveau
Erken het Vlaamse en Waalse niveau, aangevuld met een federale overkoepelende overlegstructuur.
Helemaal mee eens
Toelichting van Lien
De Orde heeft nood aan een duidelijke, efficiënte en toekomstgerichte structuur. De Vlaamse en Waalse beroepspraktijk verschillen, waardoor voldoende autonomie op beide niveaus logisch is. Daarbij vind ik het essentieel dat de Orde zich concentreert op haar wettelijke kerntaken en geen verantwoordelijkheden opneemt die thuishoren bij beroepsverenigingen.
Lees meerLees minder
Een federale samenwerking blijft noodzakelijk voor gemeenschappelijke deontologische principes en kwaliteitsnormen. Een sterke Orde is voor mij geen grotere Orde, maar een efficiëntere en daadkrachtigere organisatie die haar middelen verantwoord inzet. Transparantie, samenwerking en een duidelijke taakverdeling moeten het vertrouwen herstellen.
Afschaffen van de provinciale werking
Schaf de provinciale werking af. Bouw op Vlaams en op Waals niveau een sterk, centraal team, aangestuurd door een secretaris-generaal.
Mee eens
Toelichting van Lien
Verschillende interpretaties, omslachtige procedures en een gebrek aan uniformiteit ondermijnen het vertrouwen in de Orde. Ik sta open voor een grondige hervorming waarbij een gecentraliseerde werking zorgt voor efficiëntie, rechtszekerheid en een consequente toepassing van deontologische regels. Vooral de onafhankelijkheid en objectiviteit van tuchtprocedures vind ik essentieel.
Lees meerLees minder
Wie de beroepsregels niet respecteert of de geloofwaardigheid van ons beroep schaadt, moet consequent worden aangepakt. Tegelijk moet de Orde voeling houden met de dagelijkse beroepspraktijk. Het behoud van provinciale structuren mag geen doel op zich zijn. Wat telt, is een toegankelijke, onafhankelijke en rechtvaardige Orde.
Aanpassen van de kiesregels
Beperking van het aantal termijnen
Beperk het aantal termijnen dat men verkozen kan worden binnen de Orde.
Mee eens
Quota voor ondervertegenwoordigde groepen
Voer quota in om de aanwezigheid van ondervertegenwoordigde groepen in de Orde te bevorderen.
Helemaal mee eens
Toelichting van Lien bij deze twee stellingen
Een beroepsorde moet een weerspiegeling zijn van de architecten die ze vertegenwoordigt. Ik pleit voor meer diversiteit in leeftijd, ervaring, gender en beroepspraktijk. Zowel zelfstandige architecten, medewerkers als stagiairs moeten voldoende gehoord worden.
Lees meerLees minder
Verschillende perspectieven samenbrengen is essentieel om vanuit de praktijk tot oplossingen te komen. Ik ondersteun daarom een beperking van het aantal mandaten en een grotere betrokkenheid van jonge en actieve beroepsbeoefenaars. Deskundigheid, onafhankelijkheid en engagement moeten daarbij doorslaggevend blijven. De Orde heeft nood aan nieuwe stemmen die kritisch durven zijn, verantwoordelijkheid opnemen en daadwerkelijk verandering realiseren.