Dear Architects

Verkiezingen! Frank Roobaert - Vlaams Brabant & Brussel over de nota van BAU vzw

Verkiezingen Orde van Architecten

De standpunten van
Frank Roobaert

Kandidaat voor
Vlaams-Brabant
Antwoorden ontvangen op
Huidige functie
Bestuurder bij Helon Architecten

Hoe kijken de kandidaat-mandatarissen naar de toekomst van de Orde van Architecten? We legden hun de hervormingsvoorstellen van BAU voor. Hieronder lees je de antwoorden van Frank Roobaert.

De kandidaten gaven bij zeven stellingen, verdeeld over vier thema’s, aan in welke mate ze het ermee eens zijn: van helemaal niet mee eens tot helemaal mee eens. Per thema konden ze hun standpunt toelichten. Je leest telkens de eerste drie zinnen; langere antwoorden kun je openklappen.

Hervormen van de toegang tot het beroep

  • Neem alleen architecten die als penvoerend architect willen optreden op de tabel (conform Frans model).

    Neutraal
  • Organiseer de nieuwe stage als beroepservaringsperiode die leidt tot een jurymoment.

    Mee eens
  • Verplicht permanente vorming voor erkende architecten en binnen de vennootschap.

    Helemaal mee eens

Toelichting van Frank bij deze drie stellingen

Als we enkel de penvoerende architecten nog op de tabel zetten, ontstaat er een vacuüm voor de kwaliteitsopvolging van de medewerkers. Uiteraard kunnen kantoren dat wel zelf beheren maar de Orde heeft kwaliteitsbewaking tot doel (of dat zou toch moeten) en het wegnemen van elke controle bij medewerkers opent de deuren voor mistoestanden. Nu al wordt niet steeds correct omgegaan met stagiairs.

Lees meerLees minder

Als de Orde zich niet langer bekommert om een groot deel van het architectenkorps, opent dat deuren voor misbruik. Ik zou eerder pleiten voor een apart model voor inschrijving, maar dat maakt de kwestie van de stage dan weer moeilijker.

De stage hervormen is een dringend werkpunt voor de OvA. 2 jaar is te kort, maar niemand wilde dat langer omwille van de "uitmelk"tarieven die te gebruikelijk zijn in onze sector. Een dubbele ingreep is dan nodig: enerzijds de periode verlengen en de evaluatie kritischer maken, maar anderzijds ook de verloning beschermen, de inhoud van de stage beter aflijnen en desgevallend zelfs op bepaalde vlakken ondersteunen in de opleiding. De schijnzelfstandigheid is ook een aanhoudend probleem, terwijl ons niets daartoe verplicht. Mijn huidige stagiair werkt onder volwaardig werknemerscontract, maar daarvoor is de financiële bescherming dan weer afwezig. Louter op basis van beroepservaring werken, maakt wel dat velen wat aan hun lot over gelaten zouden worden en dat lijkt me ook te vermijden. In plaats van een stagemeester als doorlopende 'baas', kan wel meer naar een rol van mentorschap worden gestreefd.

Permanente vorming lijkt me zo sterk een evidentie in ons kennisberoep dat ik niet begrijp waarom we dat al niet hebben. Onze sector verandert voortdurend, dus lijkt het me logisch dat kwaliteitsbewaking samengaat met doorlopend opleiding. De zakelijke wereld is zich daarvan al goed bewust, maar blijkbaar wilt onze sector zich almaar zien als "iets speciaals" of zo.

Erkennen van het Waalse en Vlaamse niveau

  • Erken het Vlaamse en Waalse niveau, aangevuld met een federale overkoepelende overlegstructuur.

    Mee eens

Toelichting van Frank

Subsidiariteit kan werken: beslissingen nemen op het niveau waar ze relevant zijn. De huidige situatie loopt inderdaad vaak vast door verouderde structuren. Een herstructurering kan dit zeker oplossen.

Lees meerLees minder

De OvA volledig regionaliseren maakt mij daarbij niet uit. Dat soort discussies is te politiek beladen voor een orgaan dat vooral functioneel moet zijn. Efficiënt herstructureren is wel nodig.

Jullie tekst gaat wel handig voorbij aan de kwestie "Brussel". Een kantoor uit de hoofdstad zal economisch en maatschappelijk anders functioneren dan een kantoor uit de rand (of de rest van Vlaanderen, vermoed ik), gezien de verschillende contexten waarin zij opereren.

Afschaffen van de provinciale werking

  • Schaf de provinciale werking af. Bouw op Vlaams en op Waals niveau een sterk, centraal team, aangestuurd door een secretaris-generaal.

    Neutraal

Toelichting van Frank

Een efficiëntere structuur invoeren kan ik ondersteunen, maar de OvA moet, mijn inziens, wel aanspreekbaar zijn en herkenbaar. Centralisatie riskeert ons daar verder van af te brengen. Het is toch op dit niveau dat de stages worden opgevolgd en daarvoor is blijkbaar al niet eenvoudig om mensen te vinden.

Lees meerLees minder

Als we het centraal opgelost krijgen, heb ik er ook geen bezwaar tegen, maar dit heeft veel weg van een wat ondoordachte besparingsmaatregel.

Aanpassen van de kiesregels

Beperking van het aantal termijnen

  • Beperk het aantal termijnen dat men verkozen kan worden binnen de Orde.

    Helemaal mee eens

Toelichting van Frank

Het beperken van de termijnen zal er gegarandeerd voor zorgen dat er meer meningen en visies door de OvA heen passeren. We riskeren dan ook minder om met vastgeroeste werkingen opgezadeld te zitten. De vraag zal vooral zijn of we nog voldoende mandatarissen gaan vinden.

Quota voor ondervertegenwoordigde groepen

  • Voer quota in om de aanwezigheid van ondervertegenwoordigde groepen in de Orde te bevorderen.

    Mee eens

Toelichting van Frank

De diversiteit in ons beroep is ook niet volwaardig weerspiegeld in de samenstelling van de raden. Quota's kunnen daarin dan wel helpen, niet enkel op basis van gender, maar ook doorheen de leeftijdsgroepen kan dit aangewezen zijn. De vertegenwoordiging verzekeren voor stagiairs, medewerkers en onderwijs is ook verdedigbaar.

Lees meerLees minder

Het is mij echter niet duidelijk waarom toonaangevende kantoren een minimale vertegenwoordiging moeten hebben. Een verdeling volgens de schaal van kantoren lijkt me eerlijker. We zouden 'toonaangevend' al moeten definiëren om ter vermijden dat het synoniem wordt voor "schaalgrootte", wat niet eenvoudig is. Bepaalde kantoren gaan door hun identiteit wel sneller op de nieuwste evoluties mee zijn en dergelijke visies kunnen de OvA net scherp houden. Terzelfdertijd zijn het wel de 'kleine' kantoren die slachtoffer zijn van ondermijnende praktijken die door grotere kantoren worden in stand gehouden (denk aan misbruik stagiairs, in stand houden van de gratis wedstrijdcultuur, te vaak 'op risico' werken, onder behandelen van dossiers die louter voor schaalgrootte worden gecontracteerd, ...).