Verkiezingen Orde van Architecten
De standpunten van
Paul De Boelpaep
- Kandidaat voor
- Vlaams-Brabant & Brussel
- Antwoorden ontvangen op
- Huidige functie
- Architect-bestuurder bij Paul De Boelpaep Architect BV
Hoe kijken de kandidaat-mandatarissen naar de toekomst van de Orde van Architecten? We legden hun de hervormingsvoorstellen van BAU voor. Hieronder lees je de antwoorden van Paul De Boelpaep.
De kandidaten gaven bij zeven stellingen, verdeeld over vier thema’s, aan in welke mate ze het ermee eens zijn: van helemaal niet mee eens tot helemaal mee eens. Per thema konden ze hun standpunt toelichten. Je leest telkens de eerste drie zinnen; langere antwoorden kun je openklappen.
Hervormen van de toegang tot het beroep
Neem alleen architecten die als penvoerend architect willen optreden op op de tabel (conform Frans model).
Helemaal mee eensOrganiseer de nieuwe stage als beroepservaringsperiode die leidt tot een jurymoment.
Helemaal mee eensVerplicht permanente vorming voor erkende architecten en binnen de vennootschap.
Helemaal mee eens
Toelichting van Paul bij deze drie stellingen
Mijn visie op de hervorming van het beroep vertrekt vanuit een duidelijker onderscheid tussen het werken binnen een architectenkantoor en het opnemen van de wettelijke verantwoordelijkheid als penvoerend architect.
Iedereen met een diploma Master in de architectuurwetenschappen moet vrij aan de slag kunnen binnen een architectenkantoor, onder de verantwoordelijkheid van een penvoerend architect of binnen een Laruellevennootschap, zonder daarom zelf ingeschreven te moeten zijn op het tableau van de Orde van Architecten.
De huidige verplichte stage zou daarbij worden afgeschaft.
Lees meerLees minder+
Wie ervoor kiest om zelf als penvoerend architect op te treden, zou een nog nader te bepalen bekwaamheidsproef of jury moeten doorlopen, die nagaat of men voldoende voorbereid is om die wettelijke verantwoordelijkheid zelfstandig op te nemen. Na het succesvol doorlopen daarvan kan men worden ingeschreven op het tableau.
Het afschaffen van de stage heeft ook belangrijke gevolgen voor de positie van jonge architecten. Een pas afgestudeerde architect wordt dan, net als andere pas afgestudeerden, een volwaardige werknemer en niet langer een stagiair die zich in een ondergeschikte positie tegenover een stagemeester bevindt. Dat versterkt hun positie bij loonsonderhandelingen en biedt meer ruimte voor een professionele start van hun loopbaan. Tegelijk worden architectenkantoren sterker gestimuleerd om te investeren in ondernemerschap, een professionele bedrijfsvoering en een gezonde organisatie van het werk, in plaats van hun werking te laten steunen op een structurele afhankelijkheid van stagiairs.
Op die manier wordt de toegang tot het beroep eenvoudiger en sluit ze beter aan bij de hedendaagse realiteit van architectenkantoren, waarin verschillende architecten en andere specialisten samenwerken en niet iedereen dezelfde verantwoordelijkheid of taken heeft.
Dit model maakt het bovendien mogelijk om de Orde veel compacter en efficiënter te organiseren. Er is geen afzonderlijke stagecontrole meer nodig en de huidige provinciale structuur verliest daardoor haar functie. De Orde kan zich sterker concentreren op haar essentiële opdrachten: de toegang tot het zelfstandig beroep, deontologie, onafhankelijkheid, tuchtrecht en het bewaken van de voorwaarden voor de uitoefening van het beroep.
Erkennen van het Waalse en Vlaamse niveau
Erken het Vlaamse en Waalse niveau, aangevuld met een federale overkoepelende overlegstructuur.
Helemaal mee eens
Toelichting van Paul
Ik ben het hier volledig mee eens.
Afschaffen van de provinciale werking
Schaf de provinciale werking af. Bouw op Vlaams en op Waals niveau een sterk, centraal team, aangestuurd door een secretaris-generaal.
Helemaal mee eens
Toelichting van Paul
Ik ben het eens met dit standpunt, voor zover de stage eerst wordt afgeschaft. Als de stage niet wordt afgeschaft en de Orde deze dient te beoordelen, is een structuur dicht bij de basis noodzakelijk.
Aanpassen van de kiesregels
Beperking van het aantal termijnen
Beperk het aantal termijnen dat men verkozen kan worden binnen de Orde.
Neutraal
Toelichting van Paul
Ik ben niet helemaal overtuigd van een beperking van het aantal termijnen waarin iemand binnen de Orde kan worden verkozen.
Een mandaat binnen de Orde zou in de eerste plaats moeten vertrekken vanuit engagement, kennis en de bereidheid om zich gedurende meerdere jaren voor het beroep in te zetten. Het aantal eerdere mandaten lijkt mij daarvoor geen voldoende criterium.
Lees meerLees minder+
De werking en de mogelijkheden om binnen de Orde iets te realiseren hangen bovendien sterk af van de samenstelling van de raden en van de samenwerking tussen de verschillende mandatarissen. Niet elk mandaat biedt dezelfde mogelijkheden om hervormingen te realiseren, en het kan gebeuren dat een mandataris pas na verloop van tijd voldoende kennis, ervaring en draagvlak heeft opgebouwd om bepaalde zaken daadwerkelijk in beweging te krijgen.
Een beperking in het aantal termijnen kan er dan toe leiden dat net op het moment waarop iemand over de nodige ervaring en kennis beschikt om een betekenisvolle bijdrage te leveren, die persoon verplicht moet verdwijnen.
Ik ben daarom eerder voorstander van een systeem waarbij kandidaten bij iedere verkiezing opnieuw worden beoordeeld door de kiezers op hun kennis, engagement, visie en bijdrage aan de werking van de Orde. Er moet uiteraard voldoende ruimte zijn voor vernieuwing en nieuwe kandidaten, maar dat kan volgens mij beter worden bereikt door een open verkiezing dan door een vooraf vastgelegde beperking van het aantal termijnen.
Continuïteit en opgebouwde ervaring mogen naar mijn mening geen nadeel worden wanneer iemand zich opnieuw kandidaat stelt en het vertrouwen van de beroepsgroep opnieuw weet te krijgen.
Quota voor ondervertegenwoordigde groepen
Voer quota in om de aanwezigheid van ondervertegenwoordigde groepen in de Orde te bevorderen.
Helemaal niet mee eens
Toelichting van Paul
Ik ben geen voorstander van quota om de samenstelling van de Orde te sturen. Ik vind het belangrijk dat de Orde voeling heeft met de verschillende groepen binnen het beroep en dat verschillende perspectieven aan bod komen. Maar dat betekent voor mij niet dat dit via vooraf bepaalde quota moet worden georganiseerd.
Lees meerLees minder+
De Orde is geen politiek of representatief orgaan waarbij zetels volgens bepaalde maatschappelijke categorieën moeten worden verdeeld. Het is een wettelijke beroepsorde die een specifieke verantwoordelijkheid heeft tegenover het beroep en de maatschappij. Bij de keuze van mandatarissen zouden daarom in de eerste plaats kennis van het beroep, engagement, onafhankelijkheid, visie en de bereidheid om zich daadwerkelijk gedurende meerdere jaren voor de beroepsgroep in te zetten centraal moeten staan.
Quota kunnen bovendien tot een vreemde situatie leiden waarbij de samenstelling van een raad vooraf gedeeltelijk wordt bepaald door kenmerken van kandidaten, terwijl de kiezers net de mogelijkheid zouden moeten hebben om zelf te bepalen wie volgens hen het meest geschikt is om de verantwoordelijkheid op te nemen.
Ik geloof meer in een open verkiezing waarin iedere kandidaat dezelfde kansen krijgt en waarin de beroepsgroep uiteindelijk beslist wie haar vertrouwen krijgt. Als bepaalde groepen vandaag onvoldoende vertegenwoordigd zijn, moeten we volgens mij vooral onderzoeken waarom zij zich minder kandidaat stellen of minder deelnemen aan de verkiezingen. Daar ligt volgens mij een meer duurzame oplossing dan het invoeren van quota.
Diversiteit van ervaring, leeftijd, achtergrond en beroepspraktijk is zeker waardevol binnen een raad. Maar die diversiteit zou volgens mij het resultaat moeten zijn van een brede deelname en vrije verkiezingen, niet van het vooraf afvinken van bepaalde categorieën.
Voor mij moeten uiteindelijk engagement en kennis zwaarder doorwegen dan het behoren tot een bepaalde groep.